ECLI:NL:PHR:2009:BJ7816
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Herziening veroordeling wegens onbetrouwbare geuridentificatieproef bij inbraken in Almere
De zaak betreft een herzieningsverzoek tegen een onherroepelijk vonnis van de Rechtbank Zwolle waarin aanvrager is veroordeeld voor diefstal met braak in twee bedrijfspanden in Almere. De veroordeling berustte mede op positieve geuridentificatieproeven uitgevoerd door de geurhondendienst Noord- en Oost-Gelderland in 2005.
De Hoge Raad verwijst naar eerdere jurisprudentie waarin is vastgesteld dat geuridentificatieproeven in de periode september 1997 tot en met maart 2006, uitgevoerd door genoemde hondendienst, in strijd waren met voorschriften omdat de hondengeleider de volgorde van geurdragers kende. Dit leidt tot ernstige twijfel over de betrouwbaarheid van de geurproeven.
In deze zaak was de veroordeling voor een belangrijk deel gebaseerd op deze geurproeven. Zonder deze proeven zou de rechtbank niet tot een bewezenverklaring zijn gekomen. Daarom acht de Hoge Raad de herzieningsaanvraag gegrond, beveelt opschorting van de tenuitvoerlegging en verwijst de zaak naar het gerechtshof te 's-Hertogenbosch voor hernieuwde berechting en strafbepaling.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de herzieningsaanvraag gegrond en verwijst de zaak voor hernieuwde berechting naar het gerechtshof.