ECLI:NL:HR:2008:BC9637
Hoge Raad
- Herziening
- G.J.M. Corstens
- B.C. de Savornin Lohman
- W.A.M. van Schendel
- J. de Hullu
- H.A.G. Splinter- van Kan
- Rechtspraak.nl
Herziening wegens onregelmatige geuridentificatieproef bij inbraakzaak
De Hoge Raad heeft op 22 april 2008 het verzoek tot herziening van een arrest van het Gerechtshof Arnhem gegrond verklaard. De aanvrager was veroordeeld voor een inbraak gepleegd op 23 juli 2004, waarbij het bewijs mede gebaseerd was op een geuridentificatieproef uitgevoerd door de geurhondendienst Noord- en Oost-Gelderland.
Uit een intern oriënterend onderzoek bleek dat in de periode van september 1997 tot en met maart 2006 geuridentificatieproeven regelmatig niet volgens het vastgestelde protocol werden uitgevoerd, met name doordat de hondengeleider vooraf op de hoogte was van de sorteervolgorde van de geurbuisjes. Dit is in strijd met het keuringsreglement dat juist de betrouwbaarheid van de proef moet waarborgen.
De Hoge Raad oordeelde dat het resultaat van de onregelmatige geuridentificatieproef niet als betrouwbaar bewijs kan worden beschouwd. Aangezien geen ander voldoende bewijs beschikbaar was om de aanvrager te verbinden aan de tenlastegelegde inbraak, bestaat er een ernstig vermoeden dat de rechter zonder dit bewijs tot vrijspraak zou zijn gekomen.
Daarom is sprake van een omstandigheid als bedoeld in artikel 457, eerste lid, aanhef en onder 2°, Wetboek van Strafvordering, die herziening rechtvaardigt. De Hoge Raad schorst de tenuitvoerlegging van het arrest en verwijst de zaak terug naar het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch voor een nieuwe behandeling en beslissing.
Uitkomst: Herzieningsverzoek gegrond verklaard en zaak terugverwezen naar hof voor nieuwe behandeling wegens onregelmatige geuridentificatieproef.