ECLI:NL:PHR:2009:BJ7834
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beperkte aansprakelijkheid van arbiters bij onjuiste bevoegdheidsvaststelling in arbitrage
Deze zaak betreft de vraag of arbiters onrechtmatig hebben gehandeld door, ondanks het ontbreken van een geldige arbitrageovereenkomst, hun bevoegdheid als arbiters te aanvaarden en een vonnis tegen Greenworld te wijzen. Greenworld stelde dat arbiters en het Nederlands Arbitrage Instituut (NAI) aansprakelijk zijn voor deze onrechtmatige daad.
De Hoge Raad overweegt dat arbitrage een tussenvorm is tussen particuliere geschilbeslechting en overheidsrechtspraak, met wettelijke waarborgen en gezag vergelijkbaar met gewone rechtspraak. De aansprakelijkheid van arbiters wordt daarom aan strikte beperkingen onderworpen, gelijk aan die van rechters: alleen bij opzettelijk of bewust roekeloos handelen of grove miskenning van een behoorlijke taakvervulling kan aansprakelijkheid worden aangenomen.
In deze zaak is vastgesteld dat arbiters hun bevoegdheid hebben beoordeeld conform de wettelijke regeling (art. 1052 Rv Pro.) en dat hun beslissing later onjuist werd bevonden, maar dat zij niet opzettelijk of met grof verzuim hebben gehandeld. De arbitrale procedure was eerlijk en conform de geldende normen. Het cassatieberoep van Greenworld wordt daarom verworpen, evenals de aansprakelijkheidsvorderingen tegen het NAI.
De Hoge Raad benadrukt dat de regeling van arbitrage en de rechtsmiddelen die beschikbaar zijn, ertoe strekken dat geschillen definitief worden beslecht zonder dat arbiters persoonlijk aansprakelijk worden gesteld voor fouten in hun bevoegdheidsbeoordeling. Dit beschermt de onafhankelijkheid en onpartijdigheid van arbiters en voorkomt herhaalde geschillen over dezelfde kwestie.
Uitkomst: Het cassatieberoep van Greenworld wordt verworpen; arbiters en het NAI zijn niet aansprakelijk gesteld.