ECLI:NL:PHR:2009:BJ8380
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Verstekveroordeling wegens onjuiste betekening dagvaarding in hoger beroep niet rechtsgeldig
In deze zaak stond verdachte sinds 23 mei 2005 ingeschreven in de Gemeentelijke Basisadministratie (GBA) op een bekend adres. De appeldagvaarding werd echter niet op dat adres betekend, maar aan de griffier van de rechtbank omdat men dacht dat verdachte geen woon- of verblijfplaats in Nederland had. Dit leidde tot een verstekveroordeling door het hof.
De Hoge Raad stelde vast dat de dagvaarding niet overeenkomstig artikel 588 Sv Pro is betekend, omdat de dagvaarding niet aan het in de GBA geregistreerde adres is aangeboden. Hierdoor is de dagvaarding nietig en is de verstekveroordeling onjuist. De Hoge Raad benadrukt dat wanneer een verdachte in de GBA staat ingeschreven, de dagvaarding aan dat adres moet worden betekend.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en constateerde dat de redelijke termijn in de cassatiefase was overschreden, maar dat gezien de opgelegde straf dit niet tot verdere gevolgen leidde. De conclusie van de Procureur-Generaal was dat het beroep moet worden verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de verstekveroordeling ondanks ongeldige betekening dagvaarding.