ECLI:NL:PHR:2009:BJ8495

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
25 september 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
09/01585
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 78 ROArt. 46-60aa AdvocatenwetArt. 56 lid 6 AdvocatenwetArt. 512-519 SvArt. 515 lid 5 Sv
Verwijzingen
8 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep tegen wrakingsbeslissing Hof van Discipline

Verzoeker is in hoger beroep gekomen bij het Hof van Discipline tegen een voorwaardelijke schorsing opgelegd door de Raad van Discipline. Tijdens de behandeling van dit hoger beroep heeft verzoeker een wrakingsverzoek ingediend tegen de plaatsvervangend voorzitter van het Hof van Discipline. Dit wrakingsverzoek is door het Hof van Discipline afgewezen.

Verzoeker stelde vervolgens cassatieberoep in bij de Hoge Raad tegen de afwijzing van zijn wrakingsverzoek. De Hoge Raad oordeelt echter dat tegen beslissingen van het Hof van Discipline geen cassatieberoep openstaat, omdat de Wet op de Rechterlijke Organisatie dit niet voorziet. Ook de toepasselijkheid van strafvorderlijke wrakingsregels en civiele doorbrekingsjurisprudentie kan geen cassatiebevoegdheid creëren.

Daarom verklaart de Hoge Raad het cassatieberoep van verzoeker niet-ontvankelijk. De conclusie van de Procureur-Generaal strekt tot deze niet-ontvankelijkverklaring.

Uitkomst: Het cassatieberoep tegen de afwijzing van het wrakingsverzoek wordt niet-ontvankelijk verklaard.

Conclusie

09/01585(1)
mr. E.M. Wesseling-van Gent
Parket, 26 juni 2009
Conclusie inzake:
[verzoeker]
Deze zaak betreft een cassatieberoep tegen de beslissing van het Hof van Discipline waarin het wrakingsverzoek van verzoeker tot cassatie, [verzoeker], is afgewezen.
1. Feiten en procesverloop
1.1 Uit de bij het verzoekschrift tot cassatie gevoegde bijlagen blijkt het volgende:
- [verzoeker] is op 18 juni 2008 bij het Hof van Discipline in hoger beroep gekomen van de beslissing van de Raad van Discipline in het ressort 's-Hertogenbosch van 19 mei 2008, waarbij aan hem de maatregel van voorwaardelijke schorsing in de uitoefening van de praktijk voor de duur van twee weken is opgelegd;
- nadat [verzoeker] was opgeroepen voor de behandeling van het hoger beroep heeft hij bij verzoekschrift van 11 september 2008 de plaatsvervangend voorzitter van het Hof van Discipline gewraakt. De plaatsvervangend voorzitter heeft bij brief van 25 september 2008 zijn standpunt kenbaar gemaakt;
- Het Hof van Discipline heeft het wrakingsverzoek op 7 november 2008 in aanwezigheid van [verzoeker] en diens gemachtigde behandeld en dit verzoek vervolgens bij beslissing van 15 december 2008 afgewezen.
1.2 [Verzoeker] heeft tegen deze beslissing van het Hof van Discipline bij verzoekschrift van 16 januari 2009(2) cassatieberoep ingesteld.
2. Ontvankelijkheid
2.1 Art. 78 RO Pro bepaalt - voor zover thans van belang - dat de Hoge Raad kennis neemt van het beroep in cassatie tegen de handelingen, arresten, vonnissen en beschikkingen van de gerechtshoven en de rechtbanken. In de onderhavige zaak is sprake van een tuchtrechtelijke procedure als bedoeld in Afdeling 2 paragraaf 4 (artikel 46 tot Pro en met 60aa) van de Advocatenwet, waarin het Hof van Discipline in hoogste ressort beslist. Van beslissingen van een Hof van Discipline staat geen cassatieberoep open nu de Wet op de Rechterlijke Organisatie een dergelijke rechtsingang niet biedt. Dat art. 56 lid 6 Advocatenwet Pro voor de gang van zaken ten aanzien van wraking of verschoning van de leden van het Hof van Discipline de artikelen 512 tot en met 519 Wetboek van Strafvordering van overeenkomstige toepassing verklaart, doet aan het voorgaande niet af, waar bijkomt dat ingevolge art. 515 lid 5 Sv Pro. tegen een beslissing op een verzoek tot wraking geen rechtsmiddel openstaat. Ook de (civiele) doorbrekingsjurisprudentie, waarop in het cassatieverzoekschrift een beroep wordt gedaan, kan geen cassatiebevoegdheid creëren.
2.2 [Verzoeker] is mitsdien niet-ontvankelijk in zijn cassatieberoep.
3. Conclusie
De conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van verzoeker tot cassatie in zijn cassatieberoep.
De Procureur-Generaal bij de
Hoge Raad der Nederlanden
A-G
1 De toekenning van een civiel nummer houdt m.i. verband met artikel VIII van het Reglement van Inwendige Dienst van de Hoge Raad dat bepaalt dat in alle gevallen waarin het reglement niet voorziet, de eerste meervoudige kamer van de zaak kennis neemt.
2 Het cassatieverzoekschrift vermeldt per abuis 16 januari 2008.