ECLI:NL:HR:2009:BJ8495

Hoge Raad

Datum uitspraak
25 september 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
09/01585
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Afdeling 2 paragraaf 4 Advocatenwet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkverklaring cassatieberoep tegen wrakingsbeslissing Hof van Discipline

Verzoeker, een advocaat, was in hoger beroep gegaan bij het Hof van Discipline tegen een beslissing van de Raad van Discipline waarbij hem een voorwaardelijke schorsing van twee weken was opgelegd. Tijdens de behandeling van het hoger beroep diende verzoeker een wrakingsverzoek in tegen de plaatsvervangend voorzitter van het Hof van Discipline. Dit wrakingsverzoek werd door het hof afgewezen.

Verzoeker stelde vervolgens beroep in cassatie in tegen de afwijzing van het wrakingsverzoek. De Advocaat-Generaal adviseerde om verzoeker niet-ontvankelijk te verklaren in het cassatieberoep. De Hoge Raad oordeelde dat tegen beslissingen van het Hof van Discipline in tuchtrechtelijke procedures geen cassatieberoep openstaat.

Daarom verklaarde de Hoge Raad het cassatieberoep van verzoeker niet-ontvankelijk. De uitspraak werd gedaan door drie raadsheren en in het openbaar uitgesproken op 25 september 2009.

Uitkomst: De Hoge Raad verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in het cassatieberoep tegen de wrakingsbeslissing van het Hof van Discipline.

Uitspraak

25 september 2009
Eerste Kamer
09/01585
EV/EE
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[Verzoeker],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. R.A. van der Hansz,
Verzoeker zal hierna ook worden aangeduid als [verzoeker].
1. Het geding in feitelijke instanties
[Verzoeker] is op 18 juni 2008 bij het Hof van Discipline in hoger beroep gekomen van de beslissing van de Raad van Discipline in het ressort 's-Hertogenbosch van 19 mei 2008, waarbij aan hem de maatregel van voorwaardelijke schorsing in de uitoefening van de praktijk voor de duur van twee weken is opgelegd.
Nadat [verzoeker] was opgeroepen voor de behandeling van het hoger beroep heeft hij bij verzoekschrift van 11 september 2008 de plaatsvervangend voorzitter van het Hof van Discipline mr. H.P.H. van Griensven gewraakt.
De plaatsvervangend voorzitter heeft bij brief van 25 september 2008 zijn standpunt kenbaar gemaakt.
Het Hof van Discipline heeft het wrakingsverzoek op 7 november 2008 in aanwezigheid van [verzoeker] en diens gemachtigde behandeld en dit verzoek vervolgens bij beslissing van 15 december 2008 afgewezen.
De beslissing van het Hof van Discipline is aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de beslissing van het Hof van Discipline heeft [verzoeker] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.M. Wesseling-van Gent strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van [verzoeker] in zijn cassatieberoep.
3. Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
Het beroep is gericht tegen een in een tuchtrechtelijke procedure als bedoeld in paragraaf 4 van de Advocatenwet door het Hof van Discipline gedane uitspraak. Verzoeker kan niet worden ontvangen in zijn beroep, aangezien tegen beslissingen van dat hof geen cassatieberoep openstaat.
4. Beslissing
De Hoge Raad verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in zijn beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, E.J. Numann en C.A. Streefkerk, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 25 september 2009.