ECLI:NL:PHR:2009:BJ8567
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt bewezenverklaring voorhanden hebben vuurwapen en munitie met strafverlaging wegens termijnoverschrijding
In deze zaak stond verdachte terecht wegens het voorhanden hebben van een vuurwapen van categorie III en munitie van categorie II in strijd met artikel 26 lid 1 van Pro de Wet wapens en munitie (WWM). Het hof had verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf van 21 maanden, waarvan zeven maanden voorwaardelijk.
De verdediging voerde in cassatie aan dat het bewijs onvoldoende was om aan te tonen dat verdachte zich bewust was van het wapen en de munitie die onder het bed in zijn slaapkamer waren aangetroffen. Ook stelde zij dat het DNA op het wapen niet overeenkwam met dat van verdachte, wat volgens haar de bewijsvoering ondermijnde.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof terecht had vastgesteld dat verdachte als bewaker van drugs met een hoge waarde in de woning verbleef, dat hij in de kamer sliep waar het wapen en de munitie lagen, en dat hij zich bewust moest zijn geweest van de aanwezigheid daarvan. Het hof hoefde de alternatieve scenario’s van de verdediging niet nader te motiveren omdat deze als onaannemelijk konden worden beschouwd. Wel erkende de Hoge Raad dat de redelijke termijn in de cassatiefase was overschreden, wat aanleiding gaf tot strafvermindering.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep voor het overige en beperkte zich tot het verlagen van de straf wegens de overschrijding van de redelijke termijn. Er werden geen andere gronden voor vernietiging gevonden.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling voor het voorhanden hebben van vuurwapen en munitie en verlaagt de straf wegens overschrijding van de redelijke termijn in cassatie.