ECLI:NL:PHR:2009:BJ9266
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Toelaatbaarheid uitlevering wegens drugssmokkel en export cannabis aan Marokko
De zaak betreft een uitleveringsverzoek van Marokko aan Nederland voor twee broers die worden verdacht van betrokkenheid bij internationale drugssmokkel en export van cannabis. De rechtbank Utrecht verklaarde de uitlevering toelaatbaar, maar gaf onvoldoende duidelijkheid over de feiten waarvoor uitlevering werd toegestaan.
De verdediging voerde aan dat er geen redelijk vermoeden van schuld bestond, getuigenverklaringen verkeerd werden geïnterpreteerd en dat er sprake was van dubbele vervolging in Nederland. De rechtbank verwierp deze verweren, oordeelde dat de stukken voldoende waren en dat aan het vereiste van dubbele strafbaarheid was voldaan. Ook werd geoordeeld dat de beslissing over terugkeergarantie en lopende vervolging bij de Minister van Justitie ligt.
De Hoge Raad vernietigt het arrest van de rechtbank uitsluitend wegens het ontbreken van een voldoende duidelijke feitomschrijving waarvoor uitlevering kan worden toegestaan. De uitlevering wordt alsnog toelaatbaar verklaard voor de feiten genoemd in het aanhoudingsbevel, namelijk deelneming aan (poging tot) vervoer en uitvoer van cannabis op 6 en 21 augustus 2007. De overige middelen van cassatie worden verworpen.
Uitkomst: De uitlevering wordt toelaatbaar verklaard voor de feiten genoemd in het aanhoudingsbevel betreffende drugssmokkel op 6 en 21 augustus 2007.