ECLI:NL:PHR:2009:BJ9895
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging arrest wegens onvoldoende motivering bewijsuitsluiting na vormverzuim bij doorzoeking
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het hof Leeuwarden waarin verzoeker werd veroordeeld voor het bezit van een geweer en munitie. Tijdens de doorzoeking werd een vuurbuks gevonden, waarna het hof oordeelde dat de verdere doorzoeking onrechtmatig was omdat de machtiging tot binnentreden was uitgeput. Het daarop verkregen bewijs werd uitgesloten.
De raadsman van verzoeker voerde aan dat het bewijs onrechtmatig was verkregen en dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk moest worden verklaard of dat verzoeker vrijgesproken moest worden. Het hof sloot het bewijs uit, maar motiveerde onvoldoende of het vormverzuim rechtvaardigde dat rechtsgevolg, zoals vereist in artikel 359a Sv en bevestigd in eerdere jurisprudentie.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof niet had voldaan aan de motiveringsplicht omtrent de factoren die het gevolg van bewijsuitsluiting bepalen, namelijk het belang van het voorschrift, de ernst van het verzuim en het nadeel dat daardoor ontstaat. Daarom werd het arrest vernietigd en de zaak terugverwezen voor hernieuwde beoordeling. Tevens werd het cassatieberoep van verzoeker niet-ontvankelijk verklaard wegens termijnoverschrijding.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt arrest wegens onvoldoende motivering van bewijsuitsluiting en verwijst zaak terug voor hernieuwde beoordeling.