ECLI:NL:PHR:2009:BK0021
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt schuld verkeersdeelnemer bij ernstig ongeval door onvoorzichtigheid en snelheidsovertreding
Op 14 november 2004 vond te Halfweg een verkeersongeval plaats waarbij verdachte, rijdend met een Citroën BX op de Provinciale weg N200, een voetganger aanreed die zwaar letsel opliep. Verdachte reed met circa 70 km/u waar 50 km/u was toegestaan, negeerde een geel licht en haalde in nabij een oversteekplaats waar de voetganger overstak.
Het hof verklaarde verdachte schuldig aan schuld in de zin van art. 6 Wegenverkeerswet Pro 1994 wegens onvoorzichtig en onoplettend rijden. De Hoge Raad bevestigt dit oordeel als niet onbegrijpelijk en niet strijdig met het recht, ondanks het verweer dat de snelheidsovertreding geen strafbaar feit is en dat het kruispunt overvloedig was aangeduid met waarschuwingsborden.
De Hoge Raad wijst erop dat de overschrijding van de maximumsnelheid in combinatie met het negeren van het geel licht en het inhalen nabij de oversteekplaats een ernstig gevaar veroorzaakte. Het hof mocht ook meewegen dat de voetganger niet op de oversteekplaats liep en mogelijk eigen schuld had, maar hoefde dit niet nader te motiveren.
Wel constateert de Hoge Raad een overschrijding van de redelijke termijn in de procedure, wat strafvermindering rechtvaardigt. Het beroep wordt verder verworpen en het arrest van het hof blijft in stand behalve voor de strafmaat, die wordt verminderd.
Uitkomst: Verdachte wordt schuldig verklaard aan schuld in de zin van art. 6 WVW 1994, met strafvermindering wegens overschrijding redelijke termijn.