ECLI:NL:PHR:2009:BK2670
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt kwalificatie croftybom als wapen volgens Wet wapens en munitie
In deze zaak stond de vraag centraal of de zogenaamde croftybom, een zelfgemaakte explosieve fles, kan worden aangemerkt als een wapen in de zin van artikel 2, eerste lid, categorie II, onder 7 van de Wet wapens en munitie (WWM). De verdediging stelde dat de croftybommen niet bestemd waren om personen of zaken te treffen, maar slechts om flessen te laten ontploffen ter vermaak, en dat verdachte zich niet bewust was van het wapenkarakter van de bommen.
Het hof verwierp dit verweer en oordeelde dat de croftybommen naar hun aard bestemd zijn om personen en goederen te treffen door middel van ontploffing. Dit oordeel baseerde het hof op de oncontroleerbaarheid van het moment van ontploffing en de gevaren die daarmee gepaard gaan. De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en verwierp de middelen van cassatie die de kwalificatie van de croftybom als wapen betwistten.
De Hoge Raad benadrukte dat de objectieve bestemming van het voorwerp bepalend is en dat de croftybom, hoewel niet expliciet genoemd in de richtlijn van het Openbaar Ministerie, wel degelijk onder de wettelijke term valt. Ook het beroep op onbewustheid van verdachte faalde, omdat geen strafuitsluitingsgrond was voorgedragen en de vereiste opzet niet werd betwist.
De Hoge Raad concludeerde dat de croftybom een voorwerp is als bedoeld in artikel 2, eerste lid, categorie II, onder 7 van de WWM en dat het hof het juiste criterium heeft toegepast. Het cassatieberoep werd verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat de croftybom een wapen is in de zin van de Wet wapens en munitie en verwierp het cassatieberoep.