ECLI:NL:HR:2009:BK2670

Hoge Raad

Datum uitspraak
22 december 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
08/04686 J
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • F.H. Koster
  • B.C. de Savornin Lohman
  • J.W. Ilsink
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6 EVRMArt. 81 RO
Verwijzingen
5 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt toepassing strafrecht jeugdigen en overschrijding redelijke termijn zonder rechtsgevolg

De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch in een strafzaak tegen een verdachte geboren in 1994. De verdachte werd veroordeeld onder het jeugdige strafrecht en kreeg een voorwaardelijke taakstraf van dertig uren opgelegd.

De advocaat-generaal concludeerde tot verwerping van het cassatieberoep, en de Hoge Raad volgde dit advies. De middelen van cassatie konden niet tot cassatie leiden en behoefden geen nadere motivering omdat zij geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling opriepen.

De Hoge Raad constateerde dat de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro was overschreden, aangezien meer dan zestien maanden waren verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Gezien de aard van de opgelegde straf en de mate van overschrijding zag de Hoge Raad echter geen aanleiding om hieraan rechtsgevolgen te verbinden.

De Hoge Raad bevestigde daarmee het oordeel van het hof en wees het beroep af, waarmee de opgelegde voorwaardelijke taakstraf in stand bleef.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de voorwaardelijke taakstraf van dertig uren blijft van kracht ondanks overschrijding van de redelijke termijn.

Uitspraak

22 december 2009
Strafkamer
nr. 08/04686 J
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 23 juli 2008, nummer 20/000738-08, in de strafzaak tegen:
[Verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1994, wonende te [woonplaats].
1. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. G.J.A. van de Grint, advocaat te 's-Hertogenbosch, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal Vegter heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2. Beoordeling van de middelen
De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling (vgl. HR 22 december 2009, LJN BK3336).
3. Ambtshalve beoordeling van de bestreden uitspraak
Op de verdachte is het strafrecht voor jeugdigen toegepast. De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan zestien maanden zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM is overschreden. Gelet op de aan de verdachte opgelegde voorwaardelijke taakstraf in de vorm van een werkstraf van dertig uren en de mate waarin de redelijke termijn is overschreden, is er geen aanleiding om aan het oordeel dat de redelijke termijn is overschreden enig rechtsgevolg te verbinden en zal de Hoge Raad met dat oordeel volstaan.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president F.H. Koster als voorzitter, en de raadsheren B.C. de Savornin Lohman en J.W. Ilsink, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.J. Verhoeven, en uitgesproken op 22 december 2009.