ECLI:NL:PHR:2009:BK3068
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vaststelling schadeloosstelling bij vervroegde onteigening van horecapand en bedrijfsexploitatie
De zaak betreft de vaststelling van schadeloosstelling voor de onteigening van twee percelen waarop een grand café werd geëxploiteerd. De Rechtbank had de schadeloosstelling vastgesteld op €280.112,50, inclusief diverse schadeposten zoals vermogensschade, financieringsschade, en stagnatieschade.
De eiser stelde meerdere bezwaren tegen de berekening van de schadeloosstelling, waaronder de gehanteerde maatstaf, het niet vergoeden van goodwill, de inschatting van inkomensschade door wegvallen speelautomaten, en de periode van stagnatieschade. De Rechtbank had geoordeeld dat de positie van de eiser financieel niet mocht verslechteren en had de deskundigenrapporten gevolgd, waarbij onder meer werd aangenomen dat er geen objectieve goodwillwaarde bestond op het moment van onteigening.
In cassatie oordeelt de Hoge Raad dat de Rechtbank terecht heeft geoordeeld dat de onteigende in het algemeen geen schadebeperkende maatregelen hoeft te treffen vóór inschrijving van het onteigeningsvonnis. Wel vernietigt de Hoge Raad het vonnis deels wegens onvoldoende motivering omtrent de stagnatie- en aanloopschade en de vergoeding van kosten, en wijst de zaak terug voor nadere beoordeling. De overige middelen worden verworpen.
Uitkomst: Het arrest vernietigt het vonnis deels wegens onvoldoende motivering van stagnatieschade en kostenvergoeding en wijst de zaak terug naar de Rechtbank.