ECLI:NL:PHR:2009:BK3575
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt ontzegging omgangsregeling wegens loyaliteitsconflict en onvoldoende inspanning ouders
In deze familierechtelijke zaak verzocht de vader de rechtbank Middelburg om de omgangsregeling tussen de moeder en de drie minderjarige kinderen te beëindigen. De rechtbank wijzigde de omgangsregeling door de omgang tussen de moeder en het oudste kind stop te zetten, terwijl het overige verzoek werd afgewezen. Het hof 's-Gravenhage bekrachtigde dit besluit in hoger beroep.
De vader stelde cassatieberoep in tegen het oordeel van het hof, waarin hij betoogde dat de moeder onvoldoende meewerkte aan een goede omgang en dat de kinderen zelf weerstand boden tegen het contact. Het hof oordeelde dat het loyaliteitsconflict tussen de ouders volledig aan hen te wijten was en dat er geen wettelijke ontzeggingsgronden waren voor een volledige stopzetting van de omgang, tenzij de kinderen ernstig in de problemen zouden komen. Dit was volgens het hof niet voldoende gebleken.
De Hoge Raad overwoog dat het oordeel van het hof feitelijk van aard is en slechts op begrijpelijkheid kan worden getoetst. Gezien de stukken was het oordeel begrijpelijk en faalden de klachten. Tevens stelde de Hoge Raad dat de rechter niet verplicht is minderjarige kinderen onder twaalf jaar te horen, tenzij bijzondere omstandigheden zich voordoen, en dat dit niet gemotiveerd hoeft te worden. Het cassatieberoep werd verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het hofbesluit tot stopzetting van de omgangsregeling met het oudste kind blijft in stand.