ECLI:NL:PHR:2009:BK5617
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid in hoger beroep wegens niet opgeven bezwaren en afwezigheid verdachte
De verdachte was in hoger beroep verschenen tegen een vonnis waarbij hij tot tien weken gevangenisstraf was veroordeeld. Tijdens de zitting verscheen de verdachte niet, maar was zijn raadsvrouw aanwezig zonder uitdrukkelijke machtiging. De raadsvrouw kon verdachte telefonisch niet bereiken en verzocht om aanhouding van de zaak vanwege persoonlijke omstandigheden en reclasseringscontacten van verdachte.
Het hof wees het aanhoudingsverzoek af omdat verdachte geen bericht had gegeven over zijn afwezigheid en zijn raadsvrouw niet uitdrukkelijk had gemachtigd. Het hof concludeerde dat verdachte kennelijk vrijwillig afstand had gedaan van zijn recht om aanwezig te zijn en verklaarde hem niet-ontvankelijk in hoger beroep omdat hij geen schriftelijke grieven had ingediend en ook ter zitting geen bezwaren had opgegeven.
De verdachte stelde cassatie in met twee middelen, waaronder dat het hof ten onrechte aannam dat hij vrijwillig afstand had gedaan van zijn aanwezigheidsrecht en dat de niet gemachtigde raadsvrouw namens hem bezwaren had opgegeven. De Hoge Raad verwierp deze middelen en bevestigde dat alleen de verdachte zelf of zijn gemachtigde raadsman mondeling bezwaren kan opgeven. Het hof mocht ook de door de raadsvrouw verstrekte informatie betrekken bij zijn oordeel. De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en verklaarde de verdachte niet-ontvankelijk.
Uitkomst: De verdachte werd niet-ontvankelijk verklaard in hoger beroep wegens het niet indienen van grieven en het niet mondeling opgeven van bezwaren.