ECLI:NL:PHR:2009:BK7368
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Herziening veroordeling wegens verblijf als ongewenst vreemdeling na vaststelling Nederlandse nationaliteit
De politierechter te Groningen veroordeelde de aanvrager op 3 november 2006 wegens het meermalen verblijven in Nederland als ongewenst vreemdeling terwijl hij wist of moest vermoeden dat hij daartoe was verklaard.
Na de veroordeling stelde de rechtbank te 's-Gravenhage op 15 januari 2009 onherroepelijk vast dat de aanvrager sinds 19 april 1985 de Nederlandse nationaliteit bezit. Deze beschikking werd als nieuw feitelijk bewijs ingediend bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad overweegt dat deze vaststelling een ernstig vermoeden oplevert dat, indien bekend geweest tijdens het oorspronkelijke proces, dit tot vrijspraak had geleid. Daarom verklaart de Hoge Raad de herzieningsaanvraag gegrond, beveelt opschorting van de tenuitvoerlegging van het vonnis en verwijst de zaak naar het gerechtshof te Leeuwarden voor herbehandeling.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de herzieningsaanvraag gegrond en verwijst de zaak voor hernieuwde behandeling naar het gerechtshof.