ECLI:NL:PHR:2010:BJ3571
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van verzoek tot nader onderzoek en vaststelling wederrechtelijk verkregen voordeel in ontnemingszaak
In deze zaak staat de vaststelling van het wederrechtelijk verkregen voordeel centraal, waarbij betrokkene en haar medeverdachte leidinggevenden waren van seksclubs waar buitenlandse vrouwen werkten. De verdediging verzocht om een nieuw onderzoek naar het voordeel op basis van een vermogensvergelijking, waarbij een hoger bedrag werd genoemd dan het door het hof vastgestelde voordeel.
Het hof gebruikte een extrapolatiemethode gebaseerd op omzet en kosten van de clubs om het totale wederrechtelijk verkregen voordeel vast te stellen op € 379.954,25, waarvan betrokkene de helft zou hebben genoten. Dit bedrag ligt lager dan het door de verdediging genoemde bedrag van maximaal € 483.799,43.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof terecht niet heeft beslist op het verzoek tot nader onderzoek, omdat het verzoek geen belang had gezien het lagere vastgestelde bedrag. Daarnaast is het oordeel van het hof over de verdeling van het voordeel tussen betrokkene en haar medeverdachte begrijpelijk en niet onbegrijpelijk. Ook de klachten over de bewijsvoering en de periode van het voordeel worden verworpen.
De Hoge Raad bevestigt dat het hof de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel voldoende heeft gebaseerd op wettige bewijsmiddelen, waaronder verklaringen en bewijsmateriaal over het aantal prostituees en de duur van hun werkzaamheden. Het cassatieberoep wordt verworpen en het vonnis van het hof blijft in stand.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de vaststelling van het wederrechtelijk verkregen voordeel door het hof.