ECLI:NL:PHR:2010:BJ5177
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Betalingen na faillissement stichting geen aftrekbare kosten of negatieve inkomsten
Belanghebbende was onbezoldigd bestuurder van een stichting die failliet ging. Hij had bedragen onttrokken voor privé-uitgaven, die onbelast bleven. Na aansprakelijkstelling wegens onbehoorlijk bestuur betaalde hij bedragen aan curator en schuldeisers en bracht deze in aftrek als beroepskosten en negatieve inkomsten.
De Rechtbank en het Hof wezen de aftrek af, stellende dat de werkzaamheden geen bron van inkomen vormden en dat de betalingen niet direct verband hielden met inkomsten uit arbeid. Belanghebbende stelde cassatie in tegen deze oordelen.
De Hoge Raad oordeelde dat de onttrekkingen wel een bron van inkomen vormden omdat belanghebbende deelnam aan het economische verkeer, ook al was er geen dienstbetrekking. Betalingen aan curator en schuldeisers in het kader van schikkingen kwalificeren als negatieve inkomsten, maar alleen voor zover zij het bedrag van onbelaste onttrekkingen overschrijden. Advocaatkosten ter voorkoming van negatieve inkomsten zijn aftrekbaar.
De Hoge Raad vernietigde de eerdere uitspraken, verklaarde het beroep gegrond en bepaalde dat de aanslag verminderd moet worden. Betalingen in 2001 blijven buiten beschouwing wegens kasstelsel.
Uitkomst: Betalingen aan curator en schuldeisers zijn deels aftrekbaar als negatieve inkomsten, advocaatkosten zijn aftrekbaar, eerdere uitspraken worden vernietigd en aanslag verminderd.