ECLI:NL:GHAMS:2008:BG2109
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging aansprakelijkheid onbezoldigd bestuurder voor boedeltekort na faillissement stichting
Belanghebbende was onbezoldigd bestuurder van een stichting die failliet is verklaard. Na het faillissement werd hij aansprakelijk gesteld voor het boedeltekort en heeft hij in 2000 en 2001 betalingen verricht aan de curator en crediteuren. De inspecteur legde een aanslag inkomstenbelasting op waarbij deze betalingen als negatieve inkomsten werden aangemerkt.
De rechtbank verklaarde het beroep van belanghebbende ongegrond omdat de werkzaamheden als bestuurder geen bron van inkomen vormden en de betalingen niet als aftrekbare kosten konden worden beschouwd. Het hof bevestigt dit oordeel en overweegt dat er onvoldoende verband is tussen de werkzaamheden als bestuurder en het verwachten van inkomsten. Ook is niet aannemelijk dat de betalingen terugbetalingen zijn van eerder als inkomsten aangemerkte privé-uitgaven.
Het hof concludeert dat de betalingen geen negatieve inkomsten zijn en wijst het hoger beroep af. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd en er worden geen proceskosten aan belanghebbende toegekend.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.