ECLI:NL:PHR:2010:BJ9089
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Jurisprudentie over earn-outregelingen en deelnemingsvrijstelling in vennootschapsbelasting
Deze zaak betreft de fiscale behandeling van een earn-outregeling bij de verkoop van een 50%-deelneming in A B.V. door X Beheer B.V. in 1999. De verkoopprijs bestond uit een vast bedrag en een variabel deel gekoppeld aan de winst van A B.V. over 2000. De vraag was of de waardemutatie van de earn-outvordering aftrekbaar was of onder de deelnemingsvrijstelling viel.
De Rechtbank wees het beroep van X Beheer af, maar het Hof Arnhem stelde haar in het gelijk en oordeelde dat de waardemutatie aftrekbaar was. De Staatssecretaris stelde cassatieberoep in. De Procureur-Generaal concludeerde dat de schattingsjurisprudentie (earn-outjurisprudentie) niet is achterhaald door het Netwerkorganisatie-arrest van 2006 en dat voor gevallen vóór 2002 de waardemutaties van earn-outvorderingen buiten de deelnemingsvrijstelling vallen.
De kern van de zaak is de verhouding tussen de oude earn-outjurisprudentie, de Falcons-jurisprudentie en het Netwerkorganisatie-arrest. De Hoge Raad bevestigt dat de earn-outjurisprudentie nog steeds geldt voor situaties vóór 2002 en dat de waardemutaties van rechten die niet rechtstreeks samenhangen met de waarde van de deelneming niet onder de deelnemingsvrijstelling vallen. Het Netwerkorganisatie-arrest betreft een ruimere toepassing van de deelnemingsvrijstelling bij opsplitsing van het belang in een deelneming, maar raakt de earn-outjurisprudentie niet.
Uitkomst: De waardemutatie van de earn-outvordering is aftrekbaar en valt niet onder de deelnemingsvrijstelling; het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard.