ECLI:NL:HR:2010:BJ9089
Hoge Raad
- Cassatie
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- A.R. Leemreis
- J.A.C.A. Overgaauw
- P.M.F. van Loon
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt geldigheid earn-outjurisprudentie in vennootschapsbelastingzaak
In deze zaak is aan belanghebbende voor het jaar 2001 een aanslag vennootschapsbelasting opgelegd. Na bezwaar is deze aanslag verminderd door de Inspecteur, maar de Rechtbank Arnhem verklaarde het beroep tegen deze vermindering ongegrond. Belanghebbende stelde hoger beroep in bij het Hof, dat de uitspraak van de Rechtbank en Inspecteur vernietigde, de aanslag tot nihil verminderde en het verlies van 2001 vaststelde.
De Staatssecretaris van Financiën stelde hiertegen beroep in cassatie in bij de Hoge Raad. De Advocaat-Generaal concludeerde tot ongegrondverklaring van het cassatieberoep. Het Hof had geoordeeld dat de earn-outjurisprudentie, waaronder het arrest van 3 maart 1993, niet is achterhaald door latere arresten zoals het Netwerkorganisatie-arrest.
De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en verklaarde het cassatieberoep ongegrond. Tevens werd de Minister van Financiën veroordeeld in de proceskosten van het cassatiegeding. Hiermee blijft de earn-outjurisprudentie onverminderd van toepassing bij de beoordeling van vennootschapsbelastingaanslagen.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de Staatssecretaris van Financiën wordt ongegrond verklaard en de earn-outjurisprudentie blijft van toepassing.