ECLI:NL:PHR:2010:BJ9648
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad oordeelt over ontvankelijkheid van bezwaarschrift en redelijke termijn voor herstel verzuim in belastingzaak
Belanghebbende kreeg een ambtshalve aanslag inkomstenbelasting 2001 opgelegd, waartegen een te laat ingediend bezwaarschrift werd ingediend. De Inspecteur verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de bezwaartermijn. Belanghebbende stelde dat hij vanwege langdurig verblijf in het buitenland en verkeerde adressering niet tijdig kennis kon nemen van de aanslag en uitspraak op bezwaar.
De Rechtbank verklaarde het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring kennelijk ongegrond en stelde een termijn van één week voor het herstel van het verzuim. Belanghebbende reageerde buiten deze termijn, waarna de Rechtbank het beroep ongegrond verklaarde en het verzet ongegrond verklaarde.
De Hoge Raad oordeelt dat de termijn van één week onredelijk kort was en dat de Rechtbank de buiten termijn ingediende brief van belanghebbende in behandeling had moeten nemen. Tevens oordeelt de Hoge Raad dat de Rechtbank geen prudent gebruik heeft gemaakt van de mogelijkheid tot vereenvoudigde afdoening. Het cassatieberoep wordt gegrond verklaard en de zaak wordt terugverwezen voor voortzetting van het onderzoek.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt gegrond verklaard en de zaak wordt terugverwezen voor voortzetting van het onderzoek met inachtneming van een redelijke termijn voor herstel van het verzuim.