ECLI:NL:PHR:2010:BK0338
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Belastingheffing over aandelenopties en uitstel van loonheffing niet rechtsgeldig
Belanghebbende kreeg in 2000 onvoorwaardelijk aandelenoptierechten toegekend door zijn werkgever. In 2001 meldden belanghebbende en zijn werkgever aan de Belastingdienst een keuze voor uitstel van belastingheffing tot het moment van uitoefening van de opties. In 2005 werd bij afkoop loonheffing ingehouden, waartegen belanghebbende bezwaar maakte. Zowel de Rechtbank als het Hof verklaarden het bezwaar ongegrond, stellende dat het uitstelverzoek rechtsgeldig was.
De Hoge Raad oordeelt echter dat het uitstelverzoek in 2001 niet rechtsgeldig kon zijn omdat de wettelijke mogelijkheid tot uitstel pas per 28 december 2000 bestond en het verzoek bovendien te laat werd gedaan. Het faxbericht van 23 mei 2001 was slechts een melding en geen verzoek, en de inspecteur heeft geen expliciete instemming gegeven. Ook is het tijdstip van toekenning van de opties door het Hof onjuist vastgesteld, wat nader onderzoek vereist.
De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof en verwijst de zaak voor nader onderzoek. Belanghebbende is niet gebonden aan het buitenwettelijke uitstelverzoek en de loonheffing had in 2000 moeten plaatsvinden. De naheffingsaanslag is daardoor terecht, maar de termijn is inmiddels verlopen. De zaak roept ook vragen op over mogelijke schijnhandelingen en valsheid in geschrifte.
Uitkomst: Het arrest van het Hof Arnhem wordt vernietigd en de zaak wordt verwezen voor nader onderzoek naar het tijdstip van toekenning en de rechtsgeldigheid van het uitstelverzoek.