ECLI:NL:PHR:2010:BK0874
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over lastgeving en schadevergoeding bij onrechtmatige overheidsdaad
Deze zaak betreft een schadestaatprocedure voortvloeiend uit een eerdere uitspraak waarin de gemeente Berkel-Enschot werd veroordeeld tot schadevergoeding wegens onrechtmatige weigering van een Hinderwetvergunning. De vergunning was aangevraagd door betrokkene 1, die later zijn onderneming inbracht in een besloten vennootschap (BV). De gemeente stelde dat de schade niet door betrokkene 1 maar door de BV was geleden, terwijl eisers de procedure namens betrokkene 1 voortzetten.
De rechtbank en het hof oordeelden dat de rechten met betrekking tot de vergunning na de inbreng toebehoorden aan de BV en dat de schade ook door de BV was geleden. Het hof verwierp het verweer van eisers dat zij als lasthebber van de BV mochten optreden in eigen naam zonder dit te vermelden. De Hoge Raad bevestigt dat een lasthebber in beginsel in eigen naam kan procederen zonder vermelding van belangenbehartiging, tenzij de wederpartij dit verweer voert.
De Hoge Raad oordeelt echter dat dit in casu niet tot een ander resultaat leidt, omdat de schade niet door betrokkene 1 maar door de BV is geleden en alleen de schade van betrokkene 1 was gevorderd. Het cassatieberoep wordt verworpen. De conclusie bevat tevens een kritische noot over de lange duur van de procedure van ruim 19 jaar en suggereert terugbetaling van griffierecht als compensatie.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen omdat de schade niet door eisers maar door de BV is geleden en alleen de schade van betrokkene 1 was gevorderd.