ECLI:NL:PHR:2010:BK0969
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt veroordeling wegens medeplegen drugshandel en witwassen ondanks normschendingen afluisteren advocaten
In deze zaak stond verdachte terecht voor medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met de Landsverordening verdovende middelen en witwassen van geld. Tijdens het onderzoek werden telefoongesprekken afgeluisterd, waaronder gesprekken met advocaten of hun medewerkers, wat een schending van het verschoningsrecht opleverde. De verdediging voerde aan dat dit leidde tot niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie of tot strafvermindering.
De Hoge Raad oordeelde dat hoewel sprake was van een normschending door het niet onverwijld vernietigen van de tapgegevens, dit niet automatisch leidde tot niet-ontvankelijkheid of strafvermindering. Er was onvoldoende gesteld of aannemelijk gemaakt dat verdachte door deze schending in zijn verdediging was geschaad. De bewijsuitsluiting als sanctie geldt alleen als het gebruik van de gegevens leidt tot ernstige schending van het recht op een eerlijk proces, wat hier niet het geval was.
De bewezenverklaringen rustten op diverse processen-verbaal, verklaringen van getuigen en bankgegevens waaruit bleek dat verdachte en medeverdachte betrokken waren bij de uitvoer van cocaïne en het witwassen van opbrengsten. De Hoge Raad verwierp de bewijsklachten en bevestigde de straf van zes jaar gevangenisstraf. Het beroep werd afgewezen.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling tot zes jaar gevangenisstraf ondanks normschendingen bij afluisteren van advocatengesprekken.