ECLI:NL:PHR:2010:BK3424
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vaststelling en bewijsvoering bij ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel in drugszaak
In deze zaak gaat het om de ontnemingsprocedure van wederrechtelijk verkregen voordeel uit handel in cocaïne en heroïne. Het Hof had het voordeel geschat op €114.167 en een betalingsverplichting van €97.042 opgelegd. Een belangrijke getuige had bij de politie een belastende verklaring afgelegd, maar deze later bij de rechter-commissaris ingetrokken en ontlastende verklaringen afgelegd.
De verdediging had verzocht deze getuige te horen, waarop het Hof de zaak verwees naar de rechter-commissaris. De Hoge Raad benadrukt dat het horen door de rechter-commissaris het horen door het Hof niet vervangt. Het Hof had de getuige zelf moeten horen om de betrouwbaarheid van haar verklaringen te kunnen beoordelen.
De Hoge Raad stelt dat de bewijsregels die gelden voor het bewijs van het tenlastegelegde ook van toepassing zijn op de feiten die ten grondslag liggen aan de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel. Dit vanwege de zorgvuldigheid die vereist is bij het opleggen van een ontnemingsmaatregel.
Omdat het Hof dit niet had gedaan en onvoldoende had gemotiveerd waarom het de eerdere politieverklaring betrouwbaar achtte, wordt het arrest vernietigd en de zaak terugverwezen voor hernieuwde beoordeling. Tevens wordt opgemerkt dat de redelijke termijn in cassatie is overschreden, wat tot vermindering van de betalingsverplichting kan leiden.
Uitkomst: Het arrest van het Hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde beoordeling vanwege onvoldoende motivering en het niet horen van een belangrijke getuige.