ECLI:NL:PHR:2010:BK3428

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
19 januari 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
07/13420 P
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 437 SvArt. 511h SvArt. 435 Sv
Verwijzingen
5 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkverklaring cassatieberoep wegens ontbreken middelen van cassatie

De veroordeelde heeft tijdig beroep in cassatie ingesteld tegen het arrest van het gerechtshof te 's-Gravenhage van 18 september 2007. Er bestaat samenhang met een andere zaak, maar in beide zaken zijn geen middelen van cassatie voorgesteld namens de veroordeelde. Volgens artikel 437, tweede lid, Sv, moet binnen twee maanden na de betekening van de aanzegging een schriftuur met middelen van cassatie worden ingediend door een raadsman.

Omdat deze schriftuur niet tijdig is ingediend, is het cassatieberoep niet ontvankelijk. De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad concludeert daarom tot niet-ontvankelijkverklaring van de veroordeelde in zijn cassatieberoep. Er is geen inhoudelijke beoordeling van de zaak geweest vanwege het ontbreken van de middelen van cassatie.

Deze uitspraak benadrukt het belang van het naleven van procedurele termijnen en voorschriften bij het instellen van cassatieberoep, met name het tijdig indienen van middelen van cassatie om ontvankelijkheid te waarborgen.

Uitkomst: Het cassatieberoep van de veroordeelde wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet tijdig indienen van middelen van cassatie.

Conclusie

Nr. 07/13420 P
Mr. Vellinga
Zitting: 10 november 2009 (bij vervroeging)
Conclusie inzake:
[veroordeelde=betrokkene]
1. De veroordeelde heeft beroep in cassatie ingesteld tegen het arrest van het gerechtshof te 's-Gravenhage d.d. 18 september 2007.
2. Er bestaat samenhang tussen de zaken met de nummers 07/13420 P en 07/13421. In beide zaken zal ik vandaag concluderen.
3. Veroordeelde heeft tijdig beroep in cassatie doen instellen. Namens hem zijn geen middelen van cassatie voorgesteld.
4. Ingevolge art. 437, tweede lid, Sv, dient op straffe van niet-ontvankelijkheid binnen twee maanden na de betekening van de aanzegging als bedoeld in art. 435, eerste lid, Sv door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie te zijn ingediend. Nu bij de Hoge Raad niet tijdig een schriftuur is ingediend dient veroordeelde niet-ontvankelijk in zijn cassatieberoep te worden verklaard.
5. Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van veroordeelde in zijn cassatieberoep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG