ECLI:NL:PHR:2010:BK4155
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt arrest mishandeling wegens onvoldoende motivering proportionaliteit putatief noodweer
Op 25 augustus 2006 sloeg verzoeker een persoon krachtig op het voorhoofd tijdens een vechtpartij in Den Haag. Verzoeker verklaarde dat hij handelde om een vriend te beschermen die door een andere groep werd belaagd. Hij meende dat er sprake was van een ogenblikkelijke, wederrechtelijke aanranding en handelde uit putatief noodweer.
Het hof veroordeelde verzoeker tot een werkstraf en hechtenis, en verwierp het beroep op putatief noodweer. Het hof vond dat de gekozen reactie niet noodzakelijk was en dat een minder ingrijpende reactie mogelijk was. De Hoge Raad oordeelde echter dat het hof zijn oordeel onvoldoende had gemotiveerd, met name ten aanzien van de proportionaliteit van de reactie in het licht van de bedreigende situatie.
De Hoge Raad stelde dat het hof onvoldoende rekening had gehouden met het onmiddellijke dreigende gevaar en de verklaring van verzoeker dat hij preventief handelde omdat hij zijn vriend niet zomaar kon losmaken. Daarom werd het arrest vernietigd en verwezen naar een ander hof voor hernieuwde beoordeling.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering van de proportionaliteit van de verdediging, en de zaak wordt verwezen voor hernieuwde berechting.