ECLI:NL:PHR:2010:BK4448

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
19 januari 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
08/04518 H
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 255 SvArt. 457 SvArt. 12i SvArt. 12l SvArt. 51a Sv
Verwijzingen
10 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad over sepotmededeling en recht op vertrouwen in niet-vervolging

In deze zaak heeft de Hoge Raad geoordeeld over de vraag of een verdachte aan een sepotmededeling of kennisgeving van niet verdere vervolging het recht kan ontlenen dat hij niet zal worden vervolgd. De zaak betreft een verdachte die was geseponeerd voor openlijk geweld gepleegd op 1 mei 2007, maar later alsnog werd vervolgd na een klacht van het slachtoffer.

De verdachte ontving een brief van de politie waarin werd gemeld dat het proces-verbaal niet zou worden ingediend bij het Openbaar Ministerie, waardoor geen strafvervolging zou plaatsvinden. Later bleek dat deze brief een verkeerde datum vermeldde en dat de zaak wel degelijk was geseponeerd. Het slachtoffer maakte bezwaar tegen het sepot, waarna het Openbaar Ministerie de zaak heropende en alsnog tot vervolging overging.

De Hoge Raad stelt dat een verdachte geen rechtens te honoreren vertrouwen kan ontlenen aan een sepotmededeling, omdat de wet niet voorziet in een dergelijke mededeling en vervolging alsnog mogelijk is bij nieuwe bezwaren of na een klacht van het slachtoffer. Dit oordeel leidt tot de afwijzing van de aanvraag tot herziening van het vonnis waarbij de verdachte was veroordeeld.

De uitspraak benadrukt het belang van het slachtoffer in het strafproces en bevestigt dat het beginsel van goede procesorde vereist dat het Openbaar Ministerie goede gronden moet hebben om een sepot terug te draaien, maar dat het vertrouwen van de verdachte in niet-vervolging niet absoluut is.

Uitkomst: De aanvraag tot herziening wordt afgewezen omdat een sepotmededeling geen rechtens te honoreren vertrouwen op niet-vervolging schept.

Conclusie

Nr. 08/04518 H
Mr. Vellinga
Zitting: 17 november 2009
Conclusie inzake:
[Aanvrager]
1. De Kinderrechter te Arnhem heeft aanvrager van herziening bij onherroepelijk geworden vonnis van 15 september 2008 wegens "openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen" (parketnummer 05/600438-08; gepleegd op 01 mei 2007), "openlijk in vereniging geweld plegen tegen goederen" (parketnummer 05/601118-08 feit 1; gepleegd op 7/8 juli 2007) en "openlijk in vereniging geweld plegen tegen goederen" (parketnummer 05/601118-08 feit 2; gepleegd in de periode van 1 december 2007 tot en met 31 januari 2008) veroordeeld tot een werkstraf voor de duur van 50 uren, subsidiair 25 dagen jeugddetentie, met de bijkomende beslissingen als vermeld in de aantekening van het mondeling vonnis.
2. Namens aanvrager is door mr. drs. J. Schouten, advocaat te Arnhem, een aanvraag tot herziening ingediend.
3. De aanvraag berust op de stelling dat als de rechter er mee bekend was geweest dat de onder parketnummer 05/600438-08 aangebrachte zaak was geseponeerd, het onderzoek van die zaak zou hebben geleid tot niet ontvankelijkverklaring van het Openbaar Ministerie. Ter adstructie van deze stelling zijn, voor zover voor de beoordeling van de aanvraag relevant, aan de aanvraag een drietal brieven gehecht:
- een brief van inspecteur van politie [verbalisant 1] aan aanvrager van 21 augustus 2007, voor zover hier relevant inhoudende:
"Betreft : bericht van seponering
Feit: openlijk geweld tegen personen
Datum: 14 juni 2007
Plaats: ARNHEM in VARKENSSTRAAT
Geachte heer/mevr. [aanvrager]
De politie heeft tegen u proces-verbaal opgemaakt voor het hierboven vermelde feit.
Ik heb echter besloten het proces-verbaal niet in te dienen bij de Officier van Justitie.
Dit betekent dat tegen u geen strafvervolging wordt ingesteld.
Wel maak ik u er op attent dat van mijn beslissing een aantekening wordt gemaakt.
De inspecteur van politie.
[verbalisant 1]"
- een brief van de raadsman van aanvrager aan inspecteur van politie [verbalisant 1] van 29 augustus 2007, voor zover hier relevant inhoudende:
"Arnhem, 29 augustus 2008
(...)
Geachte mevrouw/heer [verbalisant 1],
Bijgaande brief ontving [aanvrager] vorig jaar; een zaak tegen hem zou zijn geseponeerd. Het zou hierbij gaan om openlijk geweld op de Varkensstraat in Arnhem op 14 juni 2007. [Aanvrager] begrijpt dit niet goed, omdat hij op 14 juni 2007 in het geheel niet in de Varkensstraat is geweest; wel enige weken eerder (op Koninginnedag). Kan het zijn dat het sepot ziet op de zaak op Koninginnedag (30 april/1 mei 2007)?
Met vriendelijke groet,
J. Schouten"
- een brief van inspecteur van politie [verbalisant 1] aan de raadsman van aanvrager van 30 september 2007, voor zover hier relevant inhoudende:
"Arnhem, 30 september 2008,
Mijnheer J.Schouten,
Naar aanleiding van uw schrijven de dato 29 augustus 2008 betreffende seponeren van de strafzaak tegen [aanvrager] bericht ik U het volgende.
Het proces-verbaal PLO700/07-093495 is onder dossiernummer 07- 006177 ingezonden naar Justitie.
Met betrekking tot [aanvrager] werd bij voorleggen aan justitie besloten tot seponeren over te gaan in deze strafzaak. Het betreft inderdaad de zaak betrekking hebbende op de nacht van 30 april 2007/ 1 mei 2007. Abusievelijk werd in de brief de datum vermeld van 14 juni 2007.
Reden daarvan is dat de aangifte pas werd gedaan op de datum 14 juni 2007, vandaar de foute vermelding van de datum op de brief aan [aanvrager].
Ik hoop U voldoende te hebben geïnformeerd in deze zaak.
Met vriendelijke groet,
De inspecteur van politie
[verbalisant 1]".
4. Op mijn verzoek heeft het College van Procureurs-Generaal een onderzoek doen instellen naar de in de strafzaak door de Officier van Justitie genomen beslissingen. Bij brief van 12 augustus 2009 heeft het College van Procureurs-Generaal mij een brief gezonden van de Hoofdofficier van Justitie van het Arrondissementsparket Arnhem d.d. 5 augustus 2009 met bijlagen. Deze brief houdt onder meer in:
"De zaak is eerst telefonisch aangemeld bij het Frontoffice van het Openbaar Ministerie, parket Arnhem, op 17 augustus 2007. Toen is na overleg met gemandateerd beoordelaar Essers besloten tot een politiesepot wegens het ontbreken van wettig bewijs (zie frontoffice journaal bijlage I).
In de sepotbrief d.d. 21 augustus 2007 die door de politie is verzonden is abusievelijk een verkeerde pleegdatum genoemd, namelijk 14 juni 2007 in plaats van 30 april 2007 / 1 mei 2007 (bijlage II).
Slachtoffer [slachtoffer] kon zich niet verenigen met dit besluit, en namens hem is een klacht tegen het politiesepot ingediend (bijlage III).
De klacht heeft geleid tot een herbeoordeling van de zaak door Officier van Justitie Graumans. Naar haar oordeel was er wel voldoende bewijs voorhanden om ten aanzien van (onder meer) [aanvrager] over te gaan tot vervolging.
Daarnaast heeft zij op 29 januari 2008 nog enige onderzoeksvragen uitgezet bij de politie (bijlage IV)".
5. In de aanvraag wordt het volgende aangevoerd. Toen de strafzaak tegen aanvrager op 15 september 2008 door de Kinderrechter werd behandeld, was op de brief van de raadsman van 29 augustus 2008 nog geen antwoord ontvangen. De Officier van Justitie was naar eigen zeggen niet bekend met de omstandigheid dat de zaak met parketnummer 05/600438-08 zou zijn geseponeerd. Aanvrager is toen bij vonnis van 15 september 2008 veroordeeld, welke uitspraak op 29 september 2008 in kracht van gewijsde is gegaan. Op 1 oktober 2008 werd alsnog het antwoord van inspecteur van politie [verbalisant 1] ontvangen.
6. Uit de brief van 30 september 2008 kan worden opgemaakt dat ook de brief van 21 augustus 2007 betrekking had op het op 1 mei 2007 gepleegde feit.
7. Aan de aanvraag ligt kennelijk de stelling ten grondslag dat een verdachte aan een aan de Officier van Justitie toe te rekenen sepotmededeling het rechtens te honoreren vertrouwen kan ontlenen dat hij voor het feit waarop het sepot betrekking heeft nimmer zal worden vervolgd. Die opvatting is niet juist.
8. Ook al is de verdachte een kennisgeving van niet verdere vervolging gestuurd dan kan hij niettemin worden vervolgd wanneer tegen hem nieuwe bezwaren bekend zijn geworden (art. 255, eerste lid, Sv). Voorts kan een kennisgeving van niet verdere vervolging worden doorbroken door een beslissing tot vervolging van het Hof, genomen op een tijdig (art. 12l, eerste lid, Sv) door een belanghebbende, zoals een slachtoffer, ingediende klacht tegen de beslissing om niet te vervolgen (art. 255, eerste lid jo. 12i Sv).
9. Anders dan in een kennisgeving van niet verdere vervolging voorziet de wet niet in een sepotmededeling. Daarom zal zeker aan een sepotmededeling niet het rechtens te honoreren vertrouwen kunnen worden ontleend dat de Officier van Justitie hierop niet kan c.q. mag terugkomen. Uiteraard zal de Officier van Justitie daar, gelet op de beginselen van goede procesorde, wel goede gronden voor moeten hebben. Een klacht van het slachtoffer tegen het besluit niet te vervolgen, is gelet op de erkenning die het belang van het slachtoffer bij vervolging in de wet (art. 51a e.v. Sv, art. 336 e.v.) alsmede in op basis van art. 130, vierde lid, Wet RO uitgevaardigde aanwijzingen van het Openbaar Ministerie, zoals de Aanwijzing slachtofferzorg, heeft gekregen(1), een goede grond in vorenbedoelde zin.
10. In het onderhavige geval was de vrijwel meteen na de sepotmededeling ingediende klacht van de ouders van het minderjarige(2) slachtoffer aanleiding voor de Officier van Justitie nader onderzoek naar de zaak te (laten) doen en de beslissing tot sepot opnieuw te overwegen. Daarom kan aanvrager aan de sepotmededeling niet het rechtens te honoreren vertrouwen ontlenen dat hij niet zou worden vervolgd. De brief van de inspecteur van politie [verbalisant 1] d.d. 30 september 2008 vormt dus niet een omstandigheid als bedoeld in art. 457, eerste lid, onder 20, Sv.
11. Deze conclusie strekt tot afwijzing van de aanvraag tot herziening.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG
1 Zie ook C.P.M. Cleiren, De procedure van het beklag tegen niet-vervolging op de schop, Strafblad 2008, p. 539 e.v.
2 Het slachtoffer [slachtoffer] is geboren op [geboortedatum] 1990, de klacht d.d. 23 augustus 2007 kwam binnen op 28 augustus 2007.