ECLI:NL:PHR:2010:BK4476
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over schadeloosstelling bouwverbod nabij luchthaven Schiphol en waardevermeerdering
Deze zaak betreft een geschil tussen Chipshol, de economisch eigenaar van een terrein nabij luchthaven Schiphol, en de Luchthaven, over de schadeloosstelling wegens een bouwverbod opgelegd op dat terrein. Chipshol vordert vergoeding van schade op grond van artikel 50 van Pro de Luchtvaartwet (LVW) 1958, terwijl de Luchthaven een terugvordering instelt op grond van artikel 55 LVW Pro wegens waardevermeerdering na opheffing van het bouwverbod.
De kern van het geschil draait om de vraag of de economisch eigenaar als eigenaar in de zin van de LVW moet worden aangemerkt en dus aanspraak kan maken op schadeloosstelling. De Hoge Raad concludeert dat de economisch eigenaar voor de toepassing van de LVW gelijkgesteld moet worden met de juridisch eigenaar, waardoor Chipshol aanspraak kan maken op schadeloosstelling ex artikel 50 LVW Pro. Tevens blijft het recht op waardevermeerdering ex artikel 55 LVW Pro bestaan ondanks buitenwerkingstelling van deze bepaling voor Schiphol sinds 2003, omdat het bouwverbod vóór die datum is opgelegd.
Verder oordeelt de Hoge Raad dat de regeling van de LVW de toepassing van de eigenschuldregeling van artikel 6:101 BW Pro niet uitsluit, maar dat de schadeloosstelling niet mag worden verminderd op basis van een kans op planrealisering die nog niet 100% is. Ook wordt bevestigd dat de leer van de bindende eindbeslissing niet van toepassing is op procedures ex artikel 50 LVW Pro. Ten slotte adviseert de Procureur-Generaal om de procedures over schadeloosstelling en waardevermeerdering te bundelen vanwege hun samenhang.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat de economisch eigenaar aanspraak heeft op schadeloosstelling en dat waardevermeerdering bij opheffing van het bouwverbod kan worden gevorderd.