ECLI:NL:PHR:2010:BK5985
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek schuldsaneringsregeling wegens gebrek aan goede trouw
De zaak betreft een verzoek van de schuldenaar tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling op grond van artikel 288 lid 1 aanhef Pro en onder b van de Faillissementswet. De rechtbank Zwolle-Lelystad wees dit verzoek af en het hof Arnhem bekrachtigde dit oordeel. De schuldenaar stelde in cassatie dat het hof ten onrechte de hardheidsclausule van artikel 288 lid 3 Faillissementswet Pro niet had toegepast en dat hij wel te goeder trouw had gehandeld.
Het hof oordeelde dat de schuldenaar niet voldeed aan de goede trouw eis, met name ten aanzien van een schuld van €150.000,- voor de financiering van certificaten van aandelen in een vennootschap en een schuld van €33.700,- voor bouwtekeningen. Het hof vond dat de schuldenaar als statutair directeur verantwoordelijk was voor de financiële verplichtingen en niet redelijkerwijs mocht vertrouwen op de nakoming daarvan. Het hof zag geen sprake van onbehoorlijk bestuur, maar wel van onvoldoende goede trouw.
De Hoge Raad concludeert dat het cassatieberoep niet slaagt. De hardheidsclausule veronderstelt objectief vast te stellen omstandigheden die onder controle zijn gekregen, wat hier niet aannemelijk is gemaakt. Ook de door de schuldenaar aangevoerde omstandigheden, zoals het beperken van zijn schuldenlast en het beschikken over woonruimte, brengen geen ander oordeel mee. Het verzoek tot schuldsanering wordt daarom terecht afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling wordt afgewezen wegens het ontbreken van goede trouw.