ECLI:NL:HR:2010:BK5985

Hoge Raad

Datum uitspraak
22 januari 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
09/03667
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 288 lid 1 FArt. 288 lid 3 FArt. 81 RO
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek schuldsaneringsregeling en toepassing hardheidsclausule

Verzoeker heeft bij de rechtbank Zwolle-Lelystad een verzoek ingediend tot toepassing van de schuldsaneringsregeling op grond van art. 288 lid 1 aanhef Pro en onder b F. Dit verzoek werd bij vonnis van 14 juli 2009 afgewezen. Verzoeker stelde hoger beroep in bij het gerechtshof Arnhem, dat het vonnis van de rechtbank bij arrest van 3 september 2009 bekrachtigde.

Tegen dit arrest stelde verzoeker beroep in cassatie in bij de Hoge Raad. De Hoge Raad heeft het cassatieberoep beoordeeld en geoordeeld dat de in de middelen aangevoerde klachten niet leiden tot cassatie. De klachten nopen niet tot beantwoording van rechtsvragen die van belang zijn voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

De Hoge Raad concludeert dat de rechtbank en het hof de hardheidsclausule van art. 288 lid Pro 3 F terecht niet hebben toegepast en verwerpt het cassatieberoep. Het arrest is gewezen door de raadsheren Hammerstein, Bakels en Asser en in het openbaar uitgesproken door raadsheer Numann op 22 januari 2010.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt afgewezen.

Uitspraak

22 januari 2010
Eerste Kamer
09/03667
EE/TT
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Verzoeker],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. P. Garretsen.
Verzoeker tot cassatie zal hierna ook worden aangeduid als [verzoeker].
1. Het geding in feitelijke instanties
Met een op 3 juni 2009 ter griffie van de rechtbank Zwolle-Lelystad, locatie Zwolle, ingediend verzoekschrift heeft [verzoeker] zich gewend tot die rechtbank en verzocht ten aanzien van hem de toepassing van de schuldsaneringsregeling uit te spreken.
De rechtbank heeft bij vonnis van 14 juli 2009 het verzoek afgewezen.
Tegen dit vonnis heeft [verzoeker] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Arnhem.
Bij arrest van 3 september 2009 heeft het hof het vonnis waarvan beroep bekrachtigd.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [verzoeker] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest en het aanvullend cassatierekest zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L.A.D. Keus strekt tot verwerping met toepassing van art. 81 RO Pro.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A. Hammerstein, als voorzitter, F.B. Bakels en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 22 januari 2010.