ECLI:NL:PHR:2010:BK6053
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over dividendbelasting en EG-verdragsvrijheden bij uitkering aan Antilliaanse moedervennootschap
X3 BV, een in Nederland gevestigde vennootschap, keerde in 2005 dividend uit aan haar aandeelhouder J NV, gevestigd op de Nederlandse Antillen. Over deze uitkering werd dividendbelasting ingehouden. X3 BV stelde dat deze inhouding in strijd was met het vrije kapitaalverkeer en de vestigingsvrijheid zoals neergelegd in het EG-Verdrag, alsmede met het LGO-Besluit en non-discriminatiebepalingen uit het EVRM, IVBPR en de BRK.
De Rechtbank Haarlem verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat de Nederlandse Antillen geen lidstaat zijn in de zin van het EG-Verdrag en dat de EG-verdragsvrijheden niet zonder uitdrukkelijke van toepassingverklaring op de LGO van toepassing zijn. De rechtbank oordeelde verder dat de inhoudingsvrijstelling voor dividendbelasting niet geldt voor aandeelhouders zonder vaste inrichting in Nederland, waardoor geen sprake is van een gelijke of vergelijkbare situatie.
De Hoge Raad bevestigt deze beoordeling en overweegt dat de Nederlandse Antillen binnen het Koninkrijk der Nederlanden een interne situatie vormen, waardoor de EG-verdragsvrijheden niet van toepassing zijn op dividenduitkeringen tussen Nederland en de Antillen. Ook het LGO-Besluit biedt geen grond voor vrijstelling, aangezien het niet ziet op interne verhoudingen binnen het Koninkrijk. Daarnaast faalt het beroep op non-discriminatiebepalingen uit het EVRM, IVBPR en de BRK, omdat deze verdragen geen gelijke behandeling vereisen tussen binnenlandse en grensoverschrijdende situaties binnen het Koninkrijk. Het beroep van X3 BV wordt daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de inhouding van dividendbelasting op uitkeringen aan een op de Nederlandse Antillen gevestigde moedervennootschap.