ECLI:NL:PHR:2010:BK6071
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling aftrekbaarheid verkoopkosten deelnemingen buiten EU/EER en verhouding kapitaalverkeer en vestigingsvrijheid
De zaak betreft de fiscale behandeling van verkoopkosten verbonden aan de vervreemding van meerderheidsdeelnemingen in landen buiten de EU/EER door X B.V. in het jaar 2000. De belanghebbende bracht deze kosten pas in 2002 en 2003 in aftrek, terwijl de inspecteur dit corrigeerde omdat de kosten volgens goed koopmansgebruik aan het jaar 2000 moeten worden toegerekend. Zowel de Rechtbank als het Hof verklaarden het beroep ongegrond.
De belanghebbende voerde aan dat de aftrekuitsluiting van deze verkoopkosten strijdig is met het vrije kapitaalverkeer zoals neergelegd in artikel 56 EG Pro-Verdrag. De Hoge Raad bevestigt de lijn uit eerdere jurisprudentie dat bij meerderheidsbelangen in derde landen het vestigingsaspect voorrang heeft boven het kapitaalverkeeraspect, waardoor artikel 56 EG Pro niet van toepassing is. Tevens is de aftrekuitsluiting beschermd door de grandfather clause van artikel 57 EG Pro-Verdrag omdat deze beperking reeds bestond op 31 december 1993.
Daarnaast behandelt de Hoge Raad uitgebreid het beginsel van goed koopmansgebruik, waarbij uitgaven en opbrengsten aan het juiste jaar moeten worden toegerekend (matchingbeginsel). De verkoopkosten zijn in 2000 gemaakt en moeten ook in dat jaar in aftrek worden gebracht. Het feit dat de kosten pas later werden doorbelast aan de belanghebbende, rechtvaardigt geen afwijking van dit principe. De foutenleer biedt geen uitweg voor het later in aftrek brengen van kosten die aan een eerder jaar toerekenbaar zijn.
De Hoge Raad bevestigt hiermee dat de fiscale winstbepaling zelfstandig moet worden vastgesteld op basis van fiscale regelgeving en goed koopmansgebruik, los van commerciële jaarrekeningen. De uitspraak bevestigt de geldende rechtsregels omtrent de toerekening van kosten en de verhouding tussen nationale fiscale regels en het Europese vrij verkeer van kapitaal en vestiging.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat de verkoopkosten aan het jaar 2000 moeten worden toegerekend en dat de aftrekuitsluiting niet in strijd is met het vrije kapitaalverkeer.