ECLI:NL:HR:2010:BK6071
Hoge Raad
- Cassatie
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- J.A.C.A. Overgaauw
- P.M.F. van Loon
- M.A. Fierstra
- Rechtspraak.nl
Beoordeling aftrekbeperking deelnemingskosten bij verkoop meerderheidsdeelnemingen buiten EG
Belanghebbende, een vennootschap, vervreemdde in 2000 meerderheidsdeelnemingen in vennootschappen gevestigd in de Verenigde Staten, Canada en Taiwan. De verkoopkosten werden uiteindelijk doorberekend aan belanghebbende. De Inspecteur stelde bij beschikking het verlies vast en weigerde aftrek van deze kosten op grond van artikel 13, lid 1, van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969.
Na bezwaar en beroep bij de Rechtbank en het Gerechtshof te Arnhem werd de weigering bevestigd. Het Hof oordeelde dat de beperking van aftrek niet in strijd is met artikel 56 EG Pro, ook al betreft het kapitaalverkeer met derde landen. Dit oordeel werd in cassatie bevestigd door de Hoge Raad.
De Hoge Raad nam het oordeel van het Hof over dat de beperking valt binnen de materiële werkingssfeer van artikel 43 EG Pro en dat toetsing aan artikel 56 EG Pro niet vereist is. De Hoge Raad volgde hiermee de relevante rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen.
De Hoge Raad wees het cassatieberoep af en veroordeelde belanghebbende niet in de proceskosten.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en de beperking van aftrek van verkoopkosten bevestigd.