ECLI:NL:PHR:2010:BK6140
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt arrest wegens onvoldoende bewijs dat verdachte wist van rijbewijs-schorsing
Verdachte werd door het Gerechtshof Amsterdam veroordeeld voor het besturen van een motorrijtuig terwijl zijn rijbewijs geschorst was. Het hof baseerde zijn oordeel op het feit dat het besluit tot schorsing per gewone en aangetekende brief naar het GBA-adres van verdachte was verzonden en niet retour was gekomen, waardoor verdachte redelijkerwijs van de schorsing op de hoogte moest zijn.
Verdachte stelde in cassatie dat niet vaststaat dat hij redelijkerwijs van de schorsing op de hoogte was, mede omdat de aangetekende brief retour kwam met de mededeling dat deze niet was afgehaald en niet is gebleken dat de gewone brief daadwerkelijk tijdig en op het juiste adres is bezorgd. De Hoge Raad oordeelt dat het enkele feit van verzending naar het GBA-adres onvoldoende is om kennis van de schorsing aan verdachte toe te rekenen.
De Hoge Raad vernietigt daarom het arrest van het hof en wijst de zaak terug naar het hof Amsterdam voor hernieuwde behandeling. De Hoge Raad benadrukt dat bij een misdrijf als overtreding van artikel 9, vijfde lid, WVW 1994 hogere eisen aan het bewijs van kennis moeten worden gesteld dan enkel verwijtbaarheid.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde behandeling.