ECLI:NL:HR:2010:BK6140
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- B.C. de Savornin Lohman
- W.F. Groos
- C.H.W.M. Sterk
- M.A. Loth
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt arrest wegens onvoldoende bewijs dat verdachte wist van rijbewijs-schorsing
Op 10 november 2006 werd verdachte betrapt op het besturen van een bestelauto terwijl zijn rijbewijs geschorst was. Het hof verklaarde bewezen dat verdachte redelijkerwijs moest weten van de schorsing, mede omdat het besluit tot schorsing per gewone en aangetekende brief naar zijn adres was verzonden.
Verdachte voerde in cassatie aan dat uit de bewijsmiddelen niet voldoende blijkt dat hij daadwerkelijk op de hoogte was van de schorsing. De Hoge Raad oordeelt dat het enkel feit dat de gewone brief niet retour is gekomen niet zonder meer betekent dat verdachte redelijkerwijs moest weten van de schorsing.
Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest van het hof en verwijst de zaak terug naar het hof voor een nieuwe beoordeling van het hoger beroep. De Hoge Raad benadrukt dat de bewezenverklaring niet voldoet aan de eis van motivering en bewijs.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde behandeling.