ECLI:NL:PHR:2010:BK6152
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Geen recht op ambtelijke aanstelling wegens onaanvaardbaar beroep op redelijkheid en billijkheid
De zaak betreft een geschil tussen eiser en de gemeente over de vraag of eiser recht heeft op aanstelling als ambtenaar op grond van een clausule in een overeenkomst uit 1999. Eiser was bestuurder en later beheerder van een racketcentrum dat werd overgedragen aan Optisport. Na beëindiging van zijn arbeidsovereenkomst bij Optisport vorderde eiser aanstelling als ambtenaar bij de gemeente, conform de clausule.
De kantonrechter en het hof behandelden diverse procedures over de arbeidsovereenkomst en passende functie, waarbij eiser zijn werkzaamheden niet hervatte. Het hof oordeelde dat eiser zich onredelijk heeft gedragen door niet te werken en geen collegiale houding aan te nemen, waardoor hij zijn recht op nakoming van de clausule had verwerkt. De gemeente had bovendien gedurende jaren de loonkosten gedragen en een vergoeding aan eiser toegekend.
Eiser stelde cassatie in tegen het arrest van het hof, stellende dat het hof onjuiste maatstaven hanteerde en onvoldoende rekening hield met gedragingen van de gemeente. De Hoge Raad verwierp deze klachten en bevestigde dat het beroep op de clausule naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar was, waardoor eiser geen aanspraak kon maken op aanstelling of schadevergoeding.
Uitkomst: Hoge Raad bevestigt dat eiser zich onredelijk heeft gedragen en geen recht heeft op aanstelling als ambtenaar of schadevergoeding.