ECLI:NL:PHR:2010:BK6165
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt strafoplegging medeplegen doodslag met pistool en mes
Op 1 januari 2006 hebben verdachte en zijn medeverdachte samen het slachtoffer, een drugscontact, van het leven beroofd door hem met een vuurwapen te beschieten en met een mes te steken. De medeverdachte droeg een pistool en een mes, en samen drongen zij de woning van het slachtoffer binnen, waar een worsteling ontstond. De medeverdachte vuurde het fatale schot af. Verdachte had vooraf cocaïne bij het slachtoffer besteld en was betrokken bij de uitvoering van het plan.
Het hof heeft bewezenverklaard dat verdachte en medeverdachte samen en in vereniging het feit hebben gepleegd, waarbij verdachte ook het slachtoffer een steekwond toebracht. Het hof verwierp de verklaring van de medeverdachte over een onbekende derde persoon als ongeloofwaardig. Bewijsmiddelen zoals telefoongegevens, getuigenverklaringen en het sectierapport ondersteunden de bewezenverklaring.
De Hoge Raad oordeelt dat het cassatieberoep met betrekking tot het bewijs faalt, maar dat de redelijke termijn in de cassatiefase is overschreden. Verdachte is preventief gehecht, en de overschrijding leidt tot verlaging van de opgelegde straf. De Hoge Raad vernietigt daarom het arrest voor zover het de strafoplegging betreft en vermindert de straf, terwijl het beroep voor het overige wordt verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de strafoplegging wegens schending van de redelijke termijn en vermindert de straf, terwijl het bewijs van medeplegen wordt bevestigd.