ECLI:NL:HR:2005:AS2769
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- J.P. Balkema
- B.C. de Savornin Lohman
- W.M.E. Thomassen
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Rechtspraak.nl
Veroordeling medeplegen doodslag na verwurging slachtoffer
Op 16 september 2001 bezochten verdachte en zijn medeverdachte het slachtoffer meerdere malen, waarbij het slachtoffer uiteindelijk door verwurging om het leven werd gebracht met een snelbinder (spin) om zijn nek.
Het hof stelde vast dat verdachte gedurende het fatale bezoek aanwezig was en niet heeft ingegrepen of zich gedistantieerd van de dader, waarmee sprake was van medeplegen van doodslag. Het hof baseerde zich op verklaringen, DNA-bewijs op de snelbinder, en de omstandigheden in de woning van het slachtoffer.
De verdachte voerde in cassatie aan dat het bewijs onvoldoende was voor medeplegen, maar de Hoge Raad verwierp dit middel en bevestigde het oordeel van het hof. Wel werd de straf verminderd tot negen jaar en tien maanden wegens overschrijding van de redelijke termijn.
De Hoge Raad vernietigde het bestreden arrest uitsluitend voor wat betreft de strafduur en wees de zaak terug voor herziening van de straf, waarbij het overige beroep werd verworpen.
Uitkomst: Veroordeling voor medeplegen van doodslag met een gevangenisstraf van negen jaar en tien maanden.