ECLI:NL:PHR:2010:BK6166
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt strafoplegging en vermindert gevangenisstraf wegens schending redelijke termijn bij medeplegen doodslag
In deze zaak werd verdachte door het Gerechtshof 's-Gravenhage veroordeeld tot 13 jaar gevangenisstraf wegens medeplegen van doodslag op een persoon in een woning te [plaats] op 1 januari 2006. De tenlastelegging was in eerste aanleg gewijzigd en bevatte onder meer het verwijt van medeplegen van moord en subsidiair medeplegen van doodslag.
De verdediging stelde in cassatie dat het hof de grondslag van de tenlastelegging had verlaten door te oordelen op basis van de oorspronkelijke tenlastelegging in plaats van de gewijzigde. De Hoge Raad concludeerde echter dat het hof het meer subsidiair tenlastegelegde feit van doodslag had bewezen verklaard en verdachte had vrijgesproken van andere tenlasteleggingen, zodat geen sprake was van schending van de belangen van verdachte.
Een ander middel betrof de strafoplegging waarbij het hof geen rekening had gehouden met de wetswijziging van 6 december 2007 omtrent de vervroegde en voorwaardelijke invrijheidstelling. De Hoge Raad oordeelde dat deze wetswijziging geen verzwaring van de straf oplevert omdat de veroordeelde zelf bepaalt of hij de voorwaarden naleeft en daarmee het risico van herroeping loopt.
Het derde middel was gegrond: de redelijke termijn in cassatie was overschreden doordat het cassatieberoep op 8 april 2008 was ingesteld maar het dossier pas op 25 februari 2009 bij de Hoge Raad was ontvangen. Dit leidde tot vermindering van de opgelegde straf. De Hoge Raad vernietigde het arrest voor zover het de strafoplegging betreft, verminderde de straf en wees het beroep voor het overige af.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt strafoplegging en vermindert gevangenisstraf wegens overschrijding redelijke termijn in cassatie.