ECLI:NL:PHR:2010:BK6328
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt strafrechtelijke vervolging voor mensenhandel en valsheid in geschrifte
De zaak betreft een cassatieberoep tegen het arrest van het Gerechtshof 's-Gravenhage, waarin verdachte is veroordeeld tot 36 maanden gevangenisstraf wegens mensenhandel, het dwingen en misleiden van slachtoffers tot prostitutie, en het opzettelijk voorhanden hebben van een vervalst rijbewijs.
Het hof oordeelde dat de Nederlandse strafwet van toepassing was, ook op gedragingen die deels in België plaatsvonden, en verklaarde het OM ontvankelijk in de vervolging. Verdachte stelde onder meer dat getuigen opnieuw gehoord moesten worden, dat het OM niet ontvankelijk was, en dat de bewezenverklaring onjuist was.
De Hoge Raad verwierp deze middelen, overwegende dat de getuigen reeds door de rechter-commissaris waren gehoord en dat het hof terecht geen nieuwe getuigenverhoren toestond. Ook was de ontvankelijkheid van het OM terecht vastgesteld, aangezien voldaan was aan de voorwaarden van art. 5 Sr Pro. De bewezenverklaring werd als voldoende onderbouwd beschouwd, waarbij het hof de betrouwbaarheid van de verklaringen van de slachtoffers en andere bewijsmiddelen had meegewogen.
Verder oordeelde de Hoge Raad dat het hof terecht het oordeel van de rechtbank overnam inzake de betrouwbaarheid van de verklaringen en dat er geen onjuiste rechtsopvatting was. Ten slotte wees de Hoge Raad op de overschrijding van de redelijke termijn en stelde dat dit tot strafverlaging moet leiden, waarna het cassatieberoep voor het overige werd verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling van verdachte tot 36 maanden gevangenisstraf wegens mensenhandel en valsheid in geschrifte, met verlaging van de straf wegens termijnoverschrijding.