ECLI:NL:PHR:2010:BK8097
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt stelplicht en bewijslast bij vernietiging arbitraal vonnis wegens overschrijding opdracht
In deze zaak staat centraal de vraag of een partij die vernietiging van een arbitraal vonnis vordert op grond van overschrijding van de opdracht door het scheidsgerecht, aan een stelplicht en bewijslast moet voldoen met betrekking tot het feit dat zij in de arbitrageprocedure een beroep op deze overschrijding heeft gedaan.
De feiten betreffen een maatschapsovereenkomst tussen partijen, gevolgd door een beëindigingsovereenkomst en arbitrage over de afwikkeling van de maatschap en de waardering van onderhanden werk. De arbiters wezen vonnissen toe aan de verweerders, die door eisers werden aangevochten wegens vermeende overschrijding van de opdracht en gebrek aan motivering.
De Hoge Raad bevestigt dat op grond van artikel 1065 lid 4 Rv Pro de vernietigingsgrond wegens overschrijding van de opdracht niet kan worden ingeroepen indien de partij die dit aanvoert in de arbitrageprocedure niet tijdig een beroep daarop heeft gedaan, terwijl zij bekend was met de overschrijding. Dit betekent dat de stelplicht en bewijslast hiervoor bij de partij rust die vernietiging vordert.
Verder oordeelt de Hoge Raad dat het ontbreken van een beroep op overschrijding in de arbitrageprocedure ertoe leidt dat het scheidsgerecht geacht wordt binnen de opdracht te zijn gebleven, of dat een afwijking met instemming van partijen heeft plaatsgevonden. De motivering van het arbitrale vonnis behoeft dan geen nadere toetsing. De conclusie van de Procureur-Generaal is dat het cassatiemiddel moet worden verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen; de vernietigingsgrond wegens overschrijding van de opdracht faalt wegens niet-naleving van de stelplicht en klachtplicht.