ECLI:NL:PHR:2010:BK8484

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
16 februari 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
07/12742 P
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkverklaring cassatieberoep inzake profijtontneming na verjaring vervolging

In deze zaak heeft het gerechtshof te 's-Hertogenbosch het wederrechtelijk verkregen voordeel vastgesteld op €1.330,00, maar de betalingsverplichting op nihil gesteld. Het openbaar ministerie was niet-ontvankelijk verklaard in de vervolging van een tenlastegelegde overtreding wegens verjaring. De advocaat-generaal heeft in cassatie één middel voorgesteld dat zich richt tegen het oordeel van het hof dat het voordeel uit het verjaringfeit niet bij de schatting mag worden betrokken.

De Hoge Raad overweegt dat het cassatieberoep niet-ontvankelijk moet worden verklaard wegens het ontbreken van een ander belang dan duidelijkheid voor de rechtspraktijk. Dit wordt mede ondersteund door een eerdere uitspraak van de Hoge Raad van 7 juli 2009 (LJN BI2307) waarin dezelfde rechtsvraag is behandeld.

De conclusie van de procureur-generaal bij de Hoge Raad is derhalve dat het cassatieberoep niet-ontvankelijk wordt verklaard, waarmee de eerdere beslissing van het hof in stand blijft.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan belang.

Conclusie

Nr. 07/12742 P
Mr Jörg
Zitting 22 december 2009
Conclusie inzake:
[Verdachte]
1. Bij arrest van 19 april 2007 heeft het gerechtshof te 's-Hertogenbosch het bedrag waarop het wederechtelijk verkregen voordeel wordt geschat vastgesteld op € 1.330,00 en de betalingsverplichting vastgesteld op nihil.
2. De advocaat-generaal bij het hof heeft in cassatie ingesteld en een schriftuur, houdende één middel van cassatie voorgesteld. Namens verzoeker heeft mr. E. Maessen het cassatieberoep tegengesproken.
3. Het middel keert zich tegen het oordeel van het hof dat bij de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel geen acht mag worden geslagen op het voordeel uit de als 5 tenlastegelegde overtreding verkregen omdat het openbaar ministerie ten aanzien van dat feit niet-ontvankelijk is verklaard in de vervolging wegens verjaring.
4. In het middel wordt onder 6 voorvoeld dat de Hoge Raad het cassatieberoep niet-ontvankelijk zal verklaren wegens gebrek aan een ander belang dan dat van duidelijkheid voor de rechtspraktijk. Dat is een juist gevoel, waaraan meewerkt dat de Hoge Raad zich inmiddels in zijn arrest van 7 juli 2009 LJN BI2307 over dezelfde rechtsvraag heeft uitgesproken.
5. Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van het cassatieberoep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
A-G