ECLI:NL:PHR:2010:BK9229
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Nietigheid dagvaarding in hoger beroep wegens onjuiste betekening
Verdachte is door het Gerechtshof te 's-Gravenhage veroordeeld wegens bedreiging met zware mishandeling. De dagvaarding in hoger beroep werd op een adres betekend waar verdachte niet meer woonde, terwijl de GBA aangaf dat verdachte op een ander adres was ingeschreven. Hierdoor is de dagvaarding niet op de wettelijk voorgeschreven wijze betekend.
De dagvaarding werd eerst aangeboden op het oude adres, waar niemand werd aangetroffen. Vervolgens is de dagvaarding uitgereikt aan de griffier van de rechtbank, omdat verdachte volgens de basisadministratie persoonsgegevens (GBA) op dat adres stond ingeschreven. Echter, later bleek uit een GBA-overzicht dat verdachte sinds 8 januari 2007 op een ander adres woonde.
De Hoge Raad oordeelt dat de dagvaarding in hoger beroep nietig is wegens strijd met art. 588 Sv Pro. Het oordeel van het hof dat de betekening geldig was, wordt verworpen. De Hoge Raad vernietigt het arrest en verklaart de dagvaarding nietig.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de dagvaarding in hoger beroep nietig wegens onjuiste betekening en vernietigt het arrest van het hof.