ECLI:NL:HR:2007:AZ5709
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- J.P. Balkema
- A.J.A. van Dorst
- Rechtspraak.nl
Nietigheid appeldagvaarding wegens onjuiste betekening in strafzaak Opiumwet
In deze strafzaak was verdachte veroordeeld voor het opzettelijk handelen in strijd met een verbod uit de Opiumwet. Het hof verklaarde verdachte niet-ontvankelijk in hoger beroep omdat de appeldagvaarding niet aan hem was betekend. De dagvaarding was uitgereikt aan de griffier omdat geen woon- of verblijfplaats van verdachte bekend was.
De advocaat-generaal concludeerde tot vernietiging van het arrest en nietigverklaring van de dagvaarding. De Hoge Raad onderzocht de naleving van artikel 435, eerste lid, en artikel 588 Sv Pro en stelde vast dat verdachte sinds 14 november 2001 stond ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens op een bekend adres.
Dit betekende dat de dagvaarding niet rechtsgeldig was betekend volgens de wettelijke voorschriften. De Hoge Raad vernietigde daarom het arrest van het hof en verklaarde de dagvaarding nietig. De bestreden uitspraak kon daardoor niet in stand blijven.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest en verklaart de appeldagvaarding nietig wegens onjuiste betekening.