ECLI:NL:PHR:2010:BL1532
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad oordeelt over matiging loonvordering na ongeldig ontslag op staande voet
De werknemer trad in februari 2004 in dienst als timmerman en werd in maart 2005 op staande voet ontslagen wegens herhaaldelijk niet verschijnen op het werk. Het ontslag werd echter door de kantonrechter en het hof ongeldig verklaard omdat het niet aan de eis van een dringende reden voldeed. De werknemer vorderde doorbetaling van loon vanaf de datum van ontslag.
Het hof matigde de loonvordering ambtshalve tot 26 weken, stellende dat een ongematigde toewijzing zou leiden tot onaanvaardbare gevolgen, mede omdat de werknemer zich onvoldoende had ingespannen om ander werk te vinden. De Hoge Raad bevestigt dat matiging mogelijk is, maar oordeelt dat het hof onvoldoende heeft gemotiveerd waarom de matiging passend is en onvoldoende terughoudendheid betracht.
De Hoge Raad benadrukt dat de rechter alle omstandigheden van het geval in onderling verband moet meenemen en dat de motivering van het hof onvolledig is, met name over de verhouding tussen de twee genoemde gronden voor matiging. Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest en verwijst de zaak naar een ander hof voor een nieuwe beoordeling.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest en verwijst de zaak terug voor hernieuwde beoordeling van de loonmatiging.