ECLI:NL:PHR:2010:BL1711
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Rechtmatigheid onderzoek vervoermiddel op grond van artikel 51 Wet wapens en munitie
In deze zaak stond de rechtmatigheid van een politieonderzoek aan een voertuig centraal, waarbij vuurwapens en munitie werden aangetroffen. Verdachte was passagier in een auto die op een zaterdagochtend in november uit de richting van de Duitse grens kwam. De politie voerde een stopteken uit en constateerde een witte plastic tas, waarvan bekend was dat deze vaak vuurwapens bevatte die in Duitsland legaal maar in Nederland verboden zijn.
Het hof oordeelde dat er redelijkerwijs aanleiding bestond voor het onderzoek op grond van artikel 51 van Pro de Wet wapens en munitie (WWM). De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en benadrukte dat artikel 51 een Pro controlebevoegdheid toekent die niet afhankelijk is van individuele verdenking, maar wel gebonden is aan concrete, objectieve gegevens die voor derden kenbaar zijn. De controle moet doelgericht zijn en mag niet zonder aanleiding plaatsvinden.
De Hoge Raad besprak uitgebreid de parlementaire geschiedenis van artikel 51 WWM Pro en verduidelijkte dat de bevoegdheid tot onderzoek van vervoermiddelen mede kan worden gebaseerd op aanwijzingen dat een strafbaar feit met wapens zal worden gepleegd, en dat dit niet alleen betrekking hoeft te hebben op reeds gepleegde feiten. De constatering van de witte plastic tas in het voertuig, in combinatie met de bekende feiten over vuurwapenhandel rond die periode, vormde voldoende aanleiding voor het onderzoek.
Het middel van verdachte dat het onderzoek onrechtmatig was, werd verworpen. Het bewijs verkregen uit het onderzoek was derhalve rechtmatig en mocht worden gebruikt. De conclusie van de Hoge Raad was dat het beroep van verdachte ongegrond is en het arrest van het hof in stand blijft.
Uitkomst: Het onderzoek aan het voertuig was rechtmatig en het bewijs verkregen mocht worden gebruikt, waardoor de veroordeling van verdachte blijft gehandhaafd.