ECLI:NL:PHR:2010:BL2229
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid ziekenhuis voor medische fout bij mislukte abortus en wrongful birth
In deze zaak vordert [verweerster] schadevergoeding van het ziekenhuis wegens een medische fout bij een abortus die niet goed werd uitgevoerd, waardoor zij uiteindelijk haar kind [de zoon] heeft gekregen. De rechtbank wees de vordering af, stellende dat de moeder de mogelijkheid had om de zwangerschap alsnog af te breken en dat het ontbreken daarvan het causaal verband ontbrak.
Het hof oordeelde echter dat de beslissing om de zwangerschap al dan niet af te breken een hoogst persoonlijke en subjectieve keuze is van de vrouw, die niet zonder meer kan worden tegengeworpen aan [verweerster]. Het hof stelde vast dat het ziekenhuis aansprakelijk is voor de fout van de gynaecoloog en veroordeelde het ziekenhuis tot schadevergoeding.
Het ziekenhuis stelde beroep in cassatie in tegen het tussen- en eindarrest, onder meer over de stuiting van de verjaring, de bewijslast van het causaal verband en de beoordeling van getuigenverklaringen. De Hoge Raad verwierp deze klachten, bevestigde de aansprakelijkheid van het ziekenhuis en benadrukte dat het ziekenhuis het bewijs moet leveren indien het zich op een gewijzigde situatie beroept waarin de moeder inmiddels een kinderwens had.
De Hoge Raad onderstreepte dat de bewijslast voor het doorbreken van het causaal verband bij het ziekenhuis ligt en dat de beoordeling van getuigenverklaringen aan de feitenrechter is voorbehouden. De klachten van het ziekenhuis werden afgewezen, waarmee het beroep werd verworpen.
Uitkomst: Het beroep van het ziekenhuis wordt verworpen en de aansprakelijkheid voor de medische fout wordt bevestigd.