ECLI:NL:PHR:2010:BL3221
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep wegens overschrijding termijn bij geweld tegen goederen
Verdachte werd door het Gerechtshof te 's-Gravenhage veroordeeld tot een werkstraf van 20 uur wegens openlijk in vereniging geweld plegen tegen goederen. Tegen dit vonnis stelde de raadsman cassatie in bij de Hoge Raad. De cassatieschriftuur werd echter pas op 26 oktober 2009 ontvangen, terwijl deze uiterlijk op de 60e dag na de aanzegging (24 augustus 2009) ingediend had moeten zijn, namelijk uiterlijk op 23 oktober 2009.
De Hoge Raad overwoog dat de aanzegging ex artikel 435, lid 1, Sv op 24 augustus 2009 was betekend, en dat de termijn strikt in acht genomen moet worden. Omdat de schriftuur niet binnen de wettelijke termijn was ingediend, werd het cassatieberoep niet-ontvankelijk verklaard.
Deze beslissing werd genomen ondanks een tussenarrest waarin de advocaat-generaal de gelegenheid kreeg nader te concluderen, vanwege onduidelijkheid over het tijdstip van betekening van de aanzegging. Uiteindelijk bleek dat de raadsman ervan was uitgegaan dat de aanzegging later was betekend dan daadwerkelijk het geval was.
De uitspraak benadrukt het belang van het strikt naleven van termijnen in cassatieprocedures en bevestigt dat overschrijding leidt tot niet-ontvankelijkheid van het beroep.
Uitkomst: Het cassatieberoep werd niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de termijn voor het indienen van de cassatieschriftuur.